Monitor BoekStartcoach 2024

Aan de Monitor BoekStartcoach hebben dit jaar 26 bibliotheken meegedaan met 113 BoekStartcoaches, 185 medewerkers van het consultatiebureau en 26 coördinatoren. Dit is een mooie stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Vooral de stijging van 20 jeugdartsen naar 30 die de vragenlijst hebben ingevuld is waardevol.
Met de Monitor BoekStartcoach krijgen we inzicht of de randvoorwaarden van de aanpak op orde zijn en of bepaalde doelen van de interventie behaald worden. Op basis van de monitorresultaten stimuleren we effectievere samenwerkingsafspraken tussen de Bibliotheek en de jeugdgezondheidszorg. Voor de Monitor BoekStartcoach zijn drie vragenlijsten gemaakt: één voor de BoekStartcoach, één voor de coördinator BoekStart van de Bibliotheek en één voor de contactpersoon op het consultatiebureau.
Aanbevelingen
De BoekStartcoaches en de JGZ zijn over het algemeen tevreden over hun samenwerking op het consultatiebureau. Ook op andere vlakken is er veel positiefs te vertellen. In de resultaten komen echter ook zaken naar voren die de samenwerking en de inzet van de BoekStartcoach kunnen verbeteren. De belangrijkste aanbevelingen noemen we hier:
Doorverwijzing naar de BoekStartcoach
Net als vorig jaar geven de meeste artsen en verpleegkundigen aan dat zij niet doorverwijzen naar de BoekStartcoach. Tegelijkertijd geven sommige BoekStartcoaches aan dat de medewerkers van het consultatiebureau ouders meer naar hen zouden kunnen doorverwijzen. Als de arts en verpleegkundige doorverwijzen weet de ouder dat de coach niet op zichzelf staat maar onderdeel uitmaakt van de advisering op het consultatiebureau. De BoekStartcoach en de arts en verpleegkundige versterken elkaar door allemaal het belang van voorlezen te benadrukken. Vooral ouders die voorlezen moeilijk vinden kunnen diepgaandere adviezen en antwoorden op hun vragen krijgen als ze worden doorverwezen door de jeugdarts of verpleegkundige.
Deskundigheidsbevordering
Ruim een kwart van de artsen en de verpleegkundigen heeft geen scholing of training gehad in het herkennen en doorverwijzen van laagtaalvaardige ouders. De meeste coaches geven aan graag meer te leren over het omgaan met laaggeletterde ouders. Dit is juist de groep ouders die de BoekStartcoach wil bereiken, wat het belang voor extra scholing op dit thema benadrukt. De Bibliotheek kan met de JGZ in gesprek over het herkennen en ondersteunen van laaggeletterde ouders en hierover concrete afspraken maken. De JGZ en de Bibliotheek kunnen gezamenlijk een training over dit thema organiseren om daarmee direct de inhoudelijke samenwerking tussen de BoekStartcoach en de consultatiebureaumedewerkers te versterken.
Borging
Een kwart van de coördinatoren geeft aan dat zij (nog) geen overleg voeren met het management van de JGZ-organisatie over de BoekStartcoach. Het maken van gezamenlijke afspraken op managementniveau versterkt de uitvoering van het programma. Ook zijn er met veel consultatiebureaus nog geen samenwerkingsovereenkomsten gemaakt. Als reden hiervoor wordt soms gegeven dat de afspraken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de gemeentelijke subsidieafspraken. Tegelijkertijd kan het zinvol zijn om ook samenwerkingsafspraken te maken over bijvoorbeeld het omgaan met laaggeletterde ouders/verzorgers. Zo zorg je ervoor dat de medewerkers van de Bibliotheek en van de JGZ dezelfde boodschap uitdragen naar ouders. In de Toolkit staat een model samenwerkingsovereenkomst.
Op 13 februari j.l. vond een online werksessie plaats voor bibliotheken en POI’s over het gebruiken van de monitorresultaten. De samenvatting en de presentatie van deze online werksessie staan op boekstartpro.nl in de Toolkit Monitor.